Een LC-schakeling met L = 0,1 µH moet resoneren bij 455 kHz. Bepaal de capaciteit C in nF.
Werkblad LC-resonantie, Q-factor en bandbreedte met antwoorden
Een LC-schakeling met L = 10 mH moet resoneren bij 2 kHz. Bepaal de capaciteit C in nF.
Een serie-RLC-schakeling resoneert bij 200 kHz met Q = 3. Bepaal de onderste halfvermogensfrequentie f1 exact, in kHz.
Een serie-RLC-schakeling heeft R = 1 Ω, L = 10 mH en C = 470 nF. Bepaal zijn kwaliteitsfactor Q.
Een parallelle kring bestaat uit een condensator van 1 µF en een spoel van 470 µH met een wikkelweerstand van 1 Ω. Bij resonantie gedraagt hij zich als een weerstand, zijn dynamische weerstand RD = L/(C·r). Bepaal RD in kΩ.
Een parallelle kring bestaat uit een condensator van 100 nF en een spoel van 47 µH met een wikkelweerstand van 2 Ω. Bij resonantie gedraagt hij zich als een weerstand, zijn dynamische weerstand RD = L/(C·r). Bepaal RD in kΩ.
Antwoordenblad
- 1. C = 1224 nF
- 2. C = 633,3 nF
- 3. f1 = 169,4 kHz
- 4. Q = 145,9
- 5. RD = 0,47 kΩ
- 6. RD = 0,235 kΩ
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.