Een ideale LC-schakeling heeft L = 2,2 mH en C = 100 nF. Bepaal zijn eigenfrequentie (resonantiefrequentie) f0 in kHz.
Werkblad LC-resonantie, Q-factor en bandbreedte met antwoorden
Een condensator van 10 nF, opgeladen tot 20 V, wordt over een ideale spoel van 100 µH geschakeld. Bepaal de piekstroom Imax in de schakeling, in mA.
Een serie-RLC-schakeling heeft R = 1 Ω, L = 100 µH en C = 47 nF. Bepaal zijn kwaliteitsfactor Q.
Een serie-RLC-schakeling heeft R = 10 Ω, L = 220 µH en C = 4,7 nF. Bepaal zijn bandbreedte BW in kHz.
Een parallelle kring bestaat uit een condensator van 470 pF en een spoel van 100 µH met een wikkelweerstand van 1 Ω. Bij resonantie gedraagt hij zich als een weerstand, zijn dynamische weerstand RD = L/(C·r). Bepaal RD in kΩ.
Een serie-RLC-schakeling (R = 2 Ω, L = 470 µH, C = 22 nF) wordt bij resonantie aangestuurd met een stroomamplitude van 500 mA. Bepaal de energie Ecycle die in R per periode wordt gedissipeerd, in µJ.
Antwoordenblad
- 1. f0 = 10,73 kHz
- 2. Imax = 200 mA
- 3. Q = 46,13
- 4. BW = 7,234 kHz
- 5. RD = 212,8 kΩ
- 6. Ecycle = 5,051 µJ
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.