Een condensator van 4,7 nF wordt opgeladen tot 6 V en dan op een ideale spoel van 2,2 µH aangesloten. Bepaal de totale energie W die ertussen pendelt, in nJ.
Werkblad LC-resonantie, Q-factor en bandbreedte met antwoorden
Een ideale LC-schakeling heeft L = 100 mH en C = 47 nF. Bepaal zijn eigenfrequentie (resonantiefrequentie) f0 in kHz.
Een condensator van 470 pF, opgeladen tot 20 V, oscilleert met een ideale spoel van 100 mH. Bepaal de energie WL die in de spoel is opgeslagen op het moment dat de condensatorspanning 10 V is, in nJ.
Een parallel-RLC-schakeling heeft R = 100 kΩ, L = 47 mH en C = 220 pF. Bepaal zijn kwaliteitsfactor Q.
Een parallelle kring bestaat uit een condensator van 1 nF en een spoel van 10 mH met een wikkelweerstand van 20 Ω. Bij resonantie gedraagt hij zich als een weerstand, zijn dynamische weerstand RD = L/(C·r). Bepaal RD in kΩ.
Een serie-RLC-schakeling (R = 2 Ω, L = 220 µH, C = 470 nF) wordt bij resonantie aangestuurd met een stroomamplitude van 50 mA. Bepaal de energie Ecycle die in R per periode wordt gedissipeerd, in nJ.
Antwoordenblad
- 1. W = 84,6 nJ
- 2. f0 = 2,322 kHz
- 3. WL = 70,5 nJ
- 4. Q = 6,842
- 5. RD = 500 kΩ
- 6. Ecycle = 159,7 nJ
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.