Een ideale LC-schakeling heeft L = 470 µH en C = 2,2 µF. Bepaal zijn eigenfrequentie (resonantiefrequentie) f0 in kHz.
Werkblad LC-resonantie, Q-factor en bandbreedte met antwoorden
Een condensator van 47 nF wordt opgeladen tot 3 V en dan op een ideale spoel van 220 µH aangesloten. Bepaal de totale energie W die ertussen pendelt, in nJ.
In een ideale LC-schakeling met L = 10 mH en C = 220 nF is de condensator op t = 0 volledig opgeladen. Hoe lang duurt het tot alle energie in de spoel zit? Geef t in µs.
Een serie-RLC-schakeling heeft R = 2 Ω, L = 47 µH en C = 220 nF. Bepaal zijn kwaliteitsfactor Q.
Een parallelle kring bestaat uit een condensator van 1 nF en een spoel van 10 µH met een wikkelweerstand van 0,5 Ω. Bij resonantie gedraagt hij zich als een weerstand, zijn dynamische weerstand RD = L/(C·r). Bepaal RD in kΩ.
Ontwerp een serie-RLC-filter met een totale weerstand van 50 Ω, een resonantiefrequentie van 10 kHz en een bandbreedte van 500 Hz. Bepaal de capaciteit C in nF.
Antwoordenblad
- 1. f0 = 4,949 kHz
- 2. W = 211,5 nJ
- 3. t = 73,68 µs
- 4. Q = 7,308
- 5. RD = 20 kΩ
- 6. C = 15,92 nF
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.