Een resonantiekromme heeft een piek bij 10,7 MHz, en zijn halfvermogenspunten liggen 428 kHz uit elkaar. Bepaal de kwaliteitsfactor Q.
Werkblad LC-resonantie, Q-factor en bandbreedte met antwoorden
Een LC-schakeling met L = 1 mH moet resoneren bij 20 kHz. Bepaal de capaciteit C in nF.
In een ideale LC-schakeling met L = 1 µH en C = 1 µF is de condensator op t = 0 volledig opgeladen. Hoe lang duurt het tot alle energie in de spoel zit? Geef t in µs.
Een serie-RLC-schakeling heeft R = 10 Ω, L = 22 µH en C = 22 nF. Bepaal zijn kwaliteitsfactor Q.
Een serie-RLC-schakeling (R = 22 Ω, L = 10 mH, C = 100 nF) wordt bij resonantie aangestuurd met een stroomamplitude van 20 mA. Bepaal de energie Ecycle die in R per periode wordt gedissipeerd, in nJ.
Een serie-RLC-schakeling (R = 2 Ω, L = 22 µH, C = 22 nF) wordt bij resonantie aangestuurd met een stroomamplitude van 10 mA. Bepaal de energie Ecycle die in R per periode wordt gedissipeerd, in nJ.
Antwoordenblad
- 1. Q = 25
- 2. C = 63,33 nF
- 3. t = 1,571 µs
- 4. Q = 3,162
- 5. Ecycle = 874,2 nJ
- 6. Ecycle = 0,4371 nJ
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.