Een ideale LC-schakeling heeft L = 22 mH en C = 1 µF. Bepaal zijn eigenfrequentie (resonantiefrequentie) f0 in kHz.
Werkblad LC-resonantie, Q-factor en bandbreedte met antwoorden
1.Makkelijk
L = 22 mHC = 1 µF
f0 = kHz
2.Makkelijk
Een resonantiekromme heeft een piek bij 1 MHz, en zijn halfvermogenspunten liggen 12,5 kHz uit elkaar. Bepaal de kwaliteitsfactor Q.
f0 = 1 MHzBW = 12,5 kHz
Q =
3.Gemiddeld
Een serie-RLC-schakeling heeft R = 47 Ω, L = 10 mH en C = 1 µF. Bepaal zijn kwaliteitsfactor Q.
R = 47 ΩL = 10 mHC = 1 µF
Q =
4.Gemiddeld
Een condensator van 220 nF, opgeladen tot 9 V, oscilleert met een ideale spoel van 2,2 mH. Bepaal de energie WL die in de spoel is opgeslagen op het moment dat de condensatorspanning 4,5 V is, in µJ.
C = 220 nFV0 = 9 VvC = 4,5 V
WL = µJ
5.Moeilijk
Een serieresonantiekring gebruikt een spoel van 22 µH. Welke totale serieweerstand R geeft een bandbreedte van 5 kHz?
L = 22 µHBW = 5 kHz
R = Ω
6.Moeilijk
Een serieresonantiekring gebruikt een spoel van 100 mH. Welke totale serieweerstand R geeft een bandbreedte van 2 kHz?
L = 100 mHBW = 2 kHz
R = Ω
Antwoordenblad
- 1. f0 = 1,073 kHz
- 2. Q = 80
- 3. Q = 2,128
- 4. WL = 6,683 µJ
- 5. R = 0,6912 Ω
- 6. R = 1257 Ω
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.