Een LC-schakeling met L = 2,2 mH moet resoneren bij 10 kHz. Bepaal de capaciteit C in nF.
Werkblad LC-resonantie, Q-factor en bandbreedte met antwoorden
Een condensator van 2,2 µF, opgeladen tot 10 V, wordt over een ideale spoel van 100 µH geschakeld. Bepaal de piekstroom Imax in de schakeling, in mA.
Een condensator van 2,2 µF, opgeladen tot 15 V, oscilleert met een ideale spoel van 22 µH. Bepaal de energie WL die in de spoel is opgeslagen op het moment dat de condensatorspanning 7,5 V is, in µJ.
Een serie-RLC-schakeling heeft R = 220 Ω, L = 4,7 mH en C = 1 nF. Bepaal zijn kwaliteitsfactor Q.
Een parallelle kring bestaat uit een condensator van 470 pF en een spoel van 100 µH met een wikkelweerstand van 20 Ω. Bij resonantie gedraagt hij zich als een weerstand, zijn dynamische weerstand RD = L/(C·r). Bepaal RD in kΩ.
Een serie-RLC-schakeling (R = 5 Ω, L = 47 µH, C = 2,2 nF) wordt bij resonantie aangestuurd met een stroomamplitude van 50 mA. Bepaal de energie Ecycle die in R per periode wordt gedissipeerd, in nJ.
Antwoordenblad
- 1. C = 115,1 nF
- 2. Imax = 1483 mA
- 3. WL = 185,6 µJ
- 4. Q = 9,854
- 5. RD = 10,64 kΩ
- 6. Ecycle = 12,63 nJ
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.