Een ideale LC-schakeling heeft L = 4,7 mH en C = 10 pF. Bepaal zijn eigenfrequentie (resonantiefrequentie) f0 in kHz.
Werkblad LC-resonantie, Q-factor en bandbreedte met antwoorden
Een condensator van 220 pF wordt opgeladen tot 10 V en dan op een ideale spoel van 470 µH aangesloten. Bepaal de totale energie W die ertussen pendelt, in nJ.
Een serie-RLC-schakeling heeft R = 22 Ω, L = 1 mH en C = 4,7 nF. Bepaal zijn bandbreedte BW in kHz.
Een serie-RLC-schakeling heeft R = 1 Ω, L = 22 mH en C = 1 µF. Bepaal zijn bandbreedte BW in Hz.
Een serie-RLC-schakeling (R = 10 Ω, L = 47 µH, C = 2,2 nF) wordt bij resonantie aangestuurd met een stroomamplitude van 100 mA. Bepaal de energie Ecycle die in R per periode wordt gedissipeerd, in nJ.
Een serie-RLC-schakeling (R = 10 Ω, L = 100 µH, C = 47 nF) wordt bij resonantie aangestuurd met een stroomamplitude van 500 mA. Bepaal de energie Ecycle die in R per periode wordt gedissipeerd, in µJ.
Antwoordenblad
- 1. f0 = 734,1 kHz
- 2. W = 11 nJ
- 3. BW = 3,501 kHz
- 4. BW = 7,234 Hz
- 5. Ecycle = 101 nJ
- 6. Ecycle = 17,03 µJ
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.