Een resonantiekromme heeft een piek bij 50 kHz, en zijn halfvermogenspunten liggen 4,167 kHz uit elkaar. Bepaal de kwaliteitsfactor Q.
Werkblad LC-resonantie, Q-factor en bandbreedte met antwoorden
1.Makkelijk
f0 = 50 kHzBW = 4,167 kHz
Q =
2.Makkelijk
Een ideale LC-schakeling heeft L = 2,2 µH en C = 10 nF. Bepaal zijn eigenfrequentie (resonantiefrequentie) f0 in MHz.
L = 2,2 µHC = 10 nF
f0 = MHz
3.Gemiddeld
Een serie-RLC-schakeling resoneert bij 200 kHz met Q = 2,5. Bepaal de onderste halfvermogensfrequentie f1 exact, in kHz.
f0 = 200 kHzQ = 2,5
f1 = kHz
4.Gemiddeld
Een parallel-RLC-schakeling heeft R = 2,2 kΩ, L = 10 mH en C = 2,2 µF. Bepaal zijn kwaliteitsfactor Q.
R = 2,2 kΩL = 10 mHC = 2,2 µF
Q =
5.Moeilijk
De halfvermogensfrequenties van een resonantiekromme zijn 900 kHz en 1,08 MHz. Bepaal de resonantiefrequentie als hun meetkundig gemiddelde, en daarna de kwaliteitsfactor Q.
f1 = 900 kHzf2 = 1,08 MHz
Q =
6.Moeilijk
Een serieresonantiekring gebruikt een spoel van 1 mH. Welke totale serieweerstand R geeft een bandbreedte van 5 kHz?
L = 1 mHBW = 5 kHz
R = Ω
Antwoordenblad
- 1. Q = 12
- 2. f0 = 1,073 MHz
- 3. f1 = 164 kHz
- 4. Q = 32,63
- 5. Q = 5,477
- 6. R = 31,42 Ω
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.