Een rechthoekige lus van 20 cm bij 25 cm ligt in een homogeen magnetisch veld van 0,2 T. Het veld maakt een hoek van 0° met de normaal van de lus. Bepaal de magnetische flux Φ door de lus.
Werkblad Magnetische velden & inductie met antwoorden
1.Makkelijk
B = 0,2 TA = 20 cm × 25 cm0° met de normaal
Φ = mWb
2.Makkelijk
Een solenoïde van 40 cm lang heeft 1000 windingen en voert 1,5 A. Bepaal de magnetische fluxdichtheid B erin, ver van de uiteinden.
N = 1000L = 40 cmI = 1,5 Aμ₀ = 4π × 10⁻⁷ T·m/A
B = mT
3.Gemiddeld
Een elektron beweegt op een cirkel in een homogeen magnetisch veld van 1 mT. Bepaal de tijd T die één omloop duurt.
m = 9,109 × 10⁻³¹ kg|q| = 1,602 × 10⁻¹⁹ CB = 1 mT
T = ns
4.Gemiddeld
Een elektron beweegt op een cirkel in een homogeen magnetisch veld van 10 mT. Bepaal de tijd T die één omloop duurt.
m = 9,109 × 10⁻³¹ kg|q| = 1,602 × 10⁻¹⁹ CB = 10 mT
T = ns
5.Moeilijk
Een korte spoel van 20 windingen is strak gewikkeld om het midden van een lange solenoïde van 1000 windingen, lengte 40 cm en diameter 2 cm. Bepaal hun wederzijdse inductie M.
N1 = 1000N2 = 20l = 40 cm⌀ = 2 cmμ₀ = 4π × 10⁻⁷ T·m/A
M = µH
6.Moeilijk
Een lange solenoïde zonder kern heeft 200 windingen, een lengte van 30 cm en een diameter van 3 cm. Bepaal zijn zelfinductie L.
N = 200l = 30 cm⌀ = 3 cmμ₀ = 4π × 10⁻⁷ T·m/A
L = µH
Antwoordenblad
- 1. Φ = 10 mWb
- 2. B = 4,712 mT
- 3. T = 35,73 ns
- 4. T = 3,573 ns
- 5. M = 19,74 µH
- 6. L = 118,4 µH
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.