Werkblad Magnetische velden & inductie met antwoorden

Gratis printbaar werkblad Magnetische velden & inductie: 6 opgaven van makkelijk tot tentamenniveau, met antwoordenblad. Print het of sla het op als pdf.

Nieuw werkbladOnline oefenen met hints

Voor docenten: gratis te printen, kopiëren en in de les te gebruiken. Elk nieuw werkblad heeft nieuwe waarden en een eigen antwoordblad. Een link naar ExamProblems op je cursuspagina wordt gewaardeerd.

Naam: ____________________   Datum: ____________

1.Makkelijk
nB53°15 cm × 15 cmB = 0,05 T

Een rechthoekige lus van 15 cm bij 15 cm ligt in een homogeen magnetisch veld van 0,05 T. Het veld maakt een hoek van 53° met de normaal van de lus. Bepaal de magnetische flux Φ door de lus.

B = 0,05 TA = 15 cm × 15 cm53° met de normaal
Φ = mWb
2.Makkelijk
I = 0,5 AR = 8 cmB = ?N = 50

Een platte cirkelvormige spoel met 50 windingen en straal 8 cm voert een stroom van 0,5 A. Bepaal de magnetische fluxdichtheid B in het midden.

N = 50I = 0,5 AR = 8 cmμ₀ = 4π × 10⁻⁷ T·m/A
B = µT
3.Gemiddeld
R = 2 Ωv = 3 m/sL = 100 cmB = 0,5 T

Een metalen staaf van 100 cm lang schuift met 3 m/s langs twee rails in een homogeen veld van 0,5 T het papier in. De rails zijn verbonden door een weerstand van 2 Ω; de staaf en rails hebben verwaarloosbare weerstand. Bepaal het vermogen P dat in de weerstand wordt gedissipeerd.

B = 0,5 TL = 100 cmv = 3 m/sR = 2 Ω
P = W
4.Gemiddeld
−vBF = ?

Een elektron beweegt naar links door een homogeen magnetisch veld dat het papier in wijst. Klik op de richting van de magnetische kracht erop.

v: naar linksB: het papier in
  1. 1omhoog op de pagina
  2. 2naar rechts
  3. 3omlaag op de pagina
  4. 4naar links
5.Moeilijk
E = 2 × 10⁴ V/m, B1​ = 0,1 TB2​ = 0,25 Tr = ?

Een alfadeeltje gaat onafgebogen door een snelheidsselector met gekruiste velden E = 2 × 10⁴ V/m en B₁ = 0,1 T. Daarna komt het in een tweede gebied met alleen een magnetisch veld B₂ = 0,25 T, loodrecht. Bepaal de straal r van zijn baan daar.

E = 2 × 10⁴ V/mB1 = 0,1 TB2 = 0,25 Tm = 6,645 × 10⁻²⁷ kg|q| = 3,204 × 10⁻¹⁹ C
r = cm
6.Moeilijk
V = 5000 VB = 0,1 Tr = ?

Een proton begint in rust, wordt versneld over een potentiaalverschil van 5000 V en komt dan loodrecht een homogeen magnetisch veld van 0,1 T binnen. Bepaal de straal r van zijn baan in het veld.

m = 1,673 × 10⁻²⁷ kg|q| = 1,602 × 10⁻¹⁹ CV = 5000 VB = 0,1 T
r = cm

Antwoordenblad

  1. 1. Φ = 0,677 mWb
  2. 2. B = 196,3 µT
  3. 3. P = 1,125 W
  4. 4. omhoog op de pagina
  5. 5. r = 1,659 cm
  6. 6. r = 10,22 cm

Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.