Werkblad Magnetische velden & inductie met antwoorden

Gratis printbaar werkblad Magnetische velden & inductie: 6 opgaven van makkelijk tot tentamenniveau, met antwoordenblad. Print het of sla het op als pdf.

Nieuw werkbladOnline oefenen met hints

Voor docenten: gratis te printen, kopiëren en in de les te gebruiken. Elk nieuw werkblad heeft nieuwe waarden en een eigen antwoordblad. Een link naar ExamProblems op je cursuspagina wordt gewaardeerd.

Naam: ____________________   Datum: ____________

1.Makkelijk
B0,08 T10 A90°L = 10 cm

Een rechte draad van 10 cm lang voert 10 A onder een hoek van 90° met een homogeen magnetisch veld van 0,08 T. Bepaal de grootte van de kracht F op de draad.

B = 0,08 TI = 10 AL = 10 cmθ = 90°
F = N
2.Makkelijk
I = 4 AR = 12 cmB = ?N = 10

Een platte cirkelvormige spoel met 10 windingen en straal 12 cm voert een stroom van 4 A. Bepaal de magnetische fluxdichtheid B in het midden.

N = 10I = 4 AR = 12 cmμ₀ = 4π × 10⁻⁷ T·m/A
B = µT
3.Gemiddeld
nBA = 10 cm², N = 20B = 0,4 T

Een spoel met 20 windingen heeft een oppervlakte van 10 cm². De spoel wordt in 20 ms omgedraaid (180° gedraaid) in een homogeen veld van 0,4 T, loodrecht op het vlak. Bepaal de gemiddelde geïnduceerde EMK ε.

N = 20A = 10 cm²B = 0,4 TΔt = 20 ms
ε = mV
4.Gemiddeld
+v = 1,5 × 10⁵ m/sr = ?B = 1,5 T

Een alfadeeltje beweegt met 1,5 × 10⁵ m/s loodrecht op een homogeen magnetisch veld van 1,5 T. Bepaal de straal r van zijn cirkelbaan.

m = 6,645 × 10⁻²⁷ kg|q| = 3,204 × 10⁻¹⁹ Cv = 1,5 × 10⁵ m/sB = 1,5 T
r = cm
5.Moeilijk
Bn = 3000 rpm12 cm × 25 cmN = 150B = 0,4 T

Een spoel met 150 windingen, 12 cm × 25 cm, draait met 3000 rpm in een homogeen veld van 0,4 T om een as loodrecht op het veld. Bepaal de effectieve waarde Erms van de EMK.

N = 150A = 12 cm × 25 cmB = 0,4 Tn = 3000 rpm
Erms = V
6.Moeilijk
E = 5 × 10⁴ V/m, B1​ = 0,5 TB2​ = 0,4 Tr = ?

Een alfadeeltje gaat onafgebogen door een snelheidsselector met gekruiste velden E = 5 × 10⁴ V/m en B₁ = 0,5 T. Daarna komt het in een tweede gebied met alleen een magnetisch veld B₂ = 0,4 T, loodrecht. Bepaal de straal r van zijn baan daar.

E = 5 × 10⁴ V/mB1 = 0,5 TB2 = 0,4 Tm = 6,645 × 10⁻²⁷ kg|q| = 3,204 × 10⁻¹⁹ C
r = cm

Antwoordenblad

  1. 1. F = 0,08 N
  2. 2. B = 209,4 µT
  3. 3. ε = 800 mV
  4. 4. r = 0,2074 cm
  5. 5. Erms = 399,9 V
  6. 6. r = 0,5185 cm

Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.