Werkblad Magnetische velden & inductie met antwoorden

Gratis printbaar werkblad Magnetische velden & inductie: 6 opgaven van makkelijk tot tentamenniveau, met antwoordenblad. Print het of sla het op als pdf.

Nieuw werkbladOnline oefenen met hints

Voor docenten: gratis te printen, kopiëren en in de les te gebruiken. Elk nieuw werkblad heeft nieuwe waarden en een eigen antwoordblad. Een link naar ExamProblems op je cursuspagina wordt gewaardeerd.

Naam: ____________________   Datum: ____________

1.Makkelijk
nB60°15 cm × 30 cmB = 0,4 T

Een rechthoekige lus van 15 cm bij 30 cm ligt in een homogeen magnetisch veld van 0,4 T. Het veld maakt een hoek van 60° met de normaal van de lus. Bepaal de magnetische flux Φ door de lus.

B = 0,4 TA = 15 cm × 30 cm60° met de normaal
Φ = mWb
2.Makkelijk
B = ?I = 2 AL = 12 cmN = 400

Een solenoïde van 12 cm lang heeft 400 windingen en voert 2 A. Bepaal de magnetische fluxdichtheid B erin, ver van de uiteinden.

N = 400L = 12 cmI = 2 Aμ₀ = 4π × 10⁻⁷ T·m/A
B = mT
3.Gemiddeld
+v = 4 × 10⁵ m/sB = 0,25 T

Een proton beweegt op een cirkel in een homogeen magnetisch veld van 0,25 T. Bepaal de tijd T die één omloop duurt.

m = 1,673 × 10⁻²⁷ kg|q| = 1,602 × 10⁻¹⁹ CB = 0,25 T
T = ns
4.Gemiddeld
R = 5 Ωv = 5 m/sL = 60 cmB = 0,6 T

Een metalen staaf van 60 cm lang schuift met 5 m/s langs twee rails in een homogeen veld van 0,6 T het papier in. De rails zijn verbonden door een weerstand van 5 Ω; de staaf en rails hebben verwaarloosbare weerstand. Bepaal de kracht F die nodig is om de staaf met constante snelheid te laten bewegen (geen wrijving).

B = 0,6 TL = 60 cmv = 5 m/sR = 5 Ω
F = mN
5.Moeilijk
E = 5 × 10⁵ V/m, B1​ = 0,2 T

In een snelheidsselector laten gekruiste velden E = 5 × 10⁵ V/m en B = 0,2 T alleen ionen met één snelheid rechtdoor gaan. Bepaal die snelheid v.

E = 5 × 10⁵ V/mB1 = 0,2 T
v = m/s
6.Moeilijk
V = 2500 VB = 0,5 Tr = ?

Een proton begint in rust, wordt versneld over een potentiaalverschil van 2500 V en komt dan loodrecht een homogeen magnetisch veld van 0,5 T binnen. Bepaal de straal r van zijn baan in het veld.

m = 1,673 × 10⁻²⁷ kg|q| = 1,602 × 10⁻¹⁹ CV = 2500 VB = 0,5 T
r = cm

Antwoordenblad

  1. 1. Φ = 9 mWb
  2. 2. B = 8,378 mT
  3. 3. T = 262,5 ns
  4. 4. F = 129,6 mN
  5. 5. v = 2,5 × 10⁶ m/s
  6. 6. r = 1,445 cm

Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.