Werkblad Magnetische velden & inductie met antwoorden

Gratis printbaar werkblad Magnetische velden & inductie: 6 opgaven van makkelijk tot tentamenniveau, met antwoordenblad. Print het of sla het op als pdf.

Nieuw werkbladOnline oefenen met hints

Voor docenten: gratis te printen, kopiëren en in de les te gebruiken. Elk nieuw werkblad heeft nieuwe waarden en een eigen antwoordblad. Een link naar ExamProblems op je cursuspagina wordt gewaardeerd.

Naam: ____________________   Datum: ____________

1.Makkelijk
+v = 3 × 10⁶ m/sB = 1 T

Een proton beweegt met 3 × 10⁶ m/s loodrecht op een homogeen magnetisch veld van 1 T. Bepaal de grootte van de magnetische kracht F erop.

|q| = 1,602 × 10⁻¹⁹ Cv = 3 × 10⁶ m/sB = 1 Tθ = 90°
F = fN
2.Makkelijk
nB53°8 cm × 20 cmB = 0,2 T

Een rechthoekige lus van 8 cm bij 20 cm ligt in een homogeen magnetisch veld van 0,2 T. Het veld maakt een hoek van 53° met de normaal van de lus. Bepaal de magnetische flux Φ door de lus.

B = 0,2 TA = 8 cm × 20 cm53° met de normaal
Φ = mWb
3.Gemiddeld
nBA = 150 cm², N = 50B = 0,5 T

Een spoel met 50 windingen heeft een oppervlakte van 150 cm². De spoel wordt in 100 ms omgedraaid (180° gedraaid) in een homogeen veld van 0,5 T, loodrecht op het vlak. Bepaal de gemiddelde geïnduceerde EMK ε.

N = 50A = 150 cm²B = 0,5 TΔt = 100 ms
ε = V
4.Gemiddeld
nBA = 25 cm², N = 20B: 0,1 → 0,5 T

Een spoel met 20 windingen, oppervlakte 25 cm² en weerstand 10 Ω vormt een gesloten stroomkring. Een homogeen veld loodrecht op de spoel neemt in 250 ms gelijkmatig toe van 0,1 T tot 0,5 T. Bepaal de gemiddelde geïnduceerde stroom I.

N = 20A = 25 cm²B: 0,1 T → 0,5 TΔt = 250 msR = 10 Ω
I = mA
5.Moeilijk
I = 0,5 Al = 15 cmN = 800, ⌀ 3 cm

Een lange solenoïde zonder kern heeft 800 windingen, een lengte van 15 cm en een diameter van 3 cm. Bepaal de energie W die in het magnetisch veld is opgeslagen als hij 0,5 A voert.

N = 800l = 15 cm⌀ = 3 cmI = 0,5 Aμ₀ = 4π × 10⁻⁷ T·m/A
W = µJ
6.Moeilijk
L1​ = 20 mH1000 A/sL2​ = 50 mHk = 0,75ε = ?

Twee spoelen met zelfinducties van 20 mH en 50 mH hebben een koppelingscoëfficiënt van 0,75. De stroom in de eerste spoel verandert met 1000 A/s. Bepaal de EMK ε die in de tweede spoel wordt geïnduceerd.

L1 = 20 mHL2 = 50 mHk = 0,75di/dt = 1000 A/s
ε = V

Antwoordenblad

  1. 1. F = 480,6 fN
  2. 2. Φ = 1,926 mWb
  3. 3. ε = 7,5 V
  4. 4. I = 8 mA
  5. 5. W = 473,7 µJ
  6. 6. ε = 23,72 V

Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.