Een elektron beweegt met 8 × 10⁶ m/s onder een hoek van 45° met een homogeen magnetisch veld van 0,1 T. Bepaal de grootte van de magnetische kracht F erop.
Werkblad Magnetische velden & inductie met antwoorden
Een proton beweegt met 3 × 10⁵ m/s onder een hoek van 30° met een homogeen magnetisch veld van 0,05 T. Bepaal de grootte van de magnetische kracht F erop.
Een metalen staaf van 60 cm lang schuift met 6 m/s langs twee rails in een homogeen veld van 0,5 T het papier in. De rails zijn verbonden door een weerstand van 0,5 Ω; de staaf en rails hebben verwaarloosbare weerstand. Bepaal de kracht F die nodig is om de staaf met constante snelheid te laten bewegen (geen wrijving).
Een metalen staaf van 60 cm lang schuift met 6 m/s langs twee rails in een homogeen veld van 0,2 T het papier in. De rails zijn verbonden door een weerstand van 4 Ω; de staaf en rails hebben verwaarloosbare weerstand. Bepaal het vermogen P dat in de weerstand wordt gedissipeerd.
Een spoel met 250 windingen, 12 cm × 10 cm, draait in een homogeen veld van 0,2 T om een as loodrecht op het veld. Met welke snelheid n (in toeren per minuut) moet hij draaien om een effectieve EMK van 13,33 V te geven?
De stroom in een spoel van 10 mH verandert gelijkmatig van 0,5 A naar 1 A in 1 ms. Bepaal de grootte van de zelfgeïnduceerde EMK ε.
Antwoordenblad
- 1. F = 90,62 fN
- 2. F = 1,201 fN
- 3. F = 1,08 N
- 4. P = 129,6 mW
- 5. n = 300 rpm
- 6. ε = 5 V
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.