Werkblad Magnetische velden & inductie met antwoorden

Gratis printbaar werkblad Magnetische velden & inductie: 6 opgaven van makkelijk tot tentamenniveau, met antwoordenblad. Print het of sla het op als pdf.

Nieuw werkbladOnline oefenen met hints

Voor docenten: gratis te printen, kopiëren en in de les te gebruiken. Elk nieuw werkblad heeft nieuwe waarden en een eigen antwoordblad. Een link naar ExamProblems op je cursuspagina wordt gewaardeerd.

Naam: ____________________   Datum: ____________

1.Makkelijk
−v = 5 × 10⁶ m/sB = 0,8 T

Een elektron beweegt met 5 × 10⁶ m/s loodrecht op een homogeen magnetisch veld van 0,8 T. Bepaal de grootte van de magnetische kracht F erop.

|q| = 1,602 × 10⁻¹⁹ Cv = 5 × 10⁶ m/sB = 0,8 Tθ = 90°
F = fN
2.Makkelijk
+v = 2 × 10⁶ m/sB = 0,01 T

Een alfadeeltje beweegt met 2 × 10⁶ m/s onder een hoek van 45° met een homogeen magnetisch veld van 0,01 T. Bepaal de grootte van de magnetische kracht F erop.

|q| = 3,204 × 10⁻¹⁹ Cv = 2 × 10⁶ m/sB = 0,01 Tθ = 45°
F = fN
3.Gemiddeld
nBA = 10 cm², N = 25B = 0,2 T

Een spoel met 25 windingen heeft een oppervlakte van 10 cm². De spoel zit in een homogeen veld van 0,2 T loodrecht op het vlak, en het veld wordt in 40 ms uitgeschakeld. Bepaal de gemiddelde geïnduceerde EMK ε.

N = 25A = 10 cm²B = 0,2 TΔt = 40 ms
ε = mV
4.Gemiddeld
12 A10 Ad = 5 cm

Twee lange evenwijdige draden op 5 cm van elkaar voeren stromen van 12 A en 10 A in dezelfde richting. Bepaal de kracht per meter lengte F/L tussen de draden.

I1 = 12 AI2 = 10 Ad = 5 cmμ₀ = 4π × 10⁻⁷ T·m/A
F/L = µN/m
5.Moeilijk
Bn = ?8 cm × 10 cmN = 20B = 0,5 T

Een spoel met 20 windingen, 8 cm × 10 cm, draait in een homogeen veld van 0,5 T om een as loodrecht op het veld. Met welke snelheid n (in toeren per minuut) moet hij draaien om een effectieve EMK van 17,77 V te geven?

N = 20A = 8 cm × 10 cmB = 0,5 TErms = 17,77 V
n = rpm
6.Moeilijk
V = 500 VB = 0,1 Tr = ?

Een alfadeeltje begint in rust, wordt versneld over een potentiaalverschil van 500 V en komt dan loodrecht een homogeen magnetisch veld van 0,1 T binnen. Bepaal de straal r van zijn baan in het veld.

m = 6,645 × 10⁻²⁷ kg|q| = 3,204 × 10⁻¹⁹ CV = 500 VB = 0,1 T
r = cm

Antwoordenblad

  1. 1. F = 640,8 fN
  2. 2. F = 4,531 fN
  3. 3. ε = 125 mV
  4. 4. F/L = 480 µN/m
  5. 5. n = 3000 rpm
  6. 6. r = 4,554 cm

Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.