Twee zoutoplossingen worden stationair gemengd. Vind de massafractie zout in de uitgang x3.
Werkblad Massabalans met antwoorden
1.Makkelijk
ṁ1 = 850 kg/hx1 = 35 %ṁ2 = 250 kg/hx2 = 5 %
x3 = %
2.Makkelijk
Twee zoutoplossingen worden stationair gemengd. Vind het uitgaande debiet ṁ3.
ṁ1 = 750 kg/hx1 = 35 %ṁ2 = 1000 kg/hx2 = 40 %
ṁ3 = kg/h
3.Gemiddeld
Hoeveel van stroom 2 moet er per uur aan stroom 1 worden toegevoegd zodat het mengsel 35% zout bevat? Vind ṁ2.
ṁ1 = 350 kg/hx1 = 15 %x2 = 50 %x3 = 35 %
ṁ2 = kg/h
4.Gemiddeld
Hoeveel van stroom 2 moet er per uur aan stroom 1 worden toegevoegd zodat het mengsel 30% zout bevat? Vind ṁ2.
ṁ1 = 250 kg/hx1 = 5 %x2 = 35 %x3 = 30 %
ṁ2 = kg/h
5.Moeilijk
Een verdamper concentreert een suikeroplossing door zuiver water te verdampen. Vind het verdampte water W in kg/h.
F = 4500 kg/hxF = 19 %xP = 60 %
W = kg/h
6.Moeilijk
Een verdamper concentreert een suikeroplossing door zuiver water te verdampen. Vind het productdebiet P in kg/h.
F = 2900 kg/hxF = 14 %xP = 40 %
P = kg/h
Antwoordenblad
- 1. x3 = 28,18 %
- 2. ṁ3 = 1750 kg/h
- 3. ṁ2 = 466,7 kg/h
- 4. ṁ2 = 1250 kg/h
- 5. W = 3075 kg/h
- 6. P = 1015 kg/h
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.