Twee zoutoplossingen worden stationair gemengd. Vind de massafractie zout in de uitgang x3.
Werkblad Massabalans met antwoorden
1.Makkelijk
ṁ1 = 500 kg/hx1 = 20 %ṁ2 = 150 kg/hx2 = 15 %
x3 = %
2.Makkelijk
Twee NaOHoplossingen worden stationair gemengd. Vind het uitgaande debiet ṁ3.
ṁ1 = 300 kg/hx1 = 20 %ṁ2 = 600 kg/hx2 = 15 %
ṁ3 = kg/h
3.Gemiddeld
Hoeveel van stroom 2 moet er per uur aan stroom 1 worden toegevoegd zodat het mengsel 40% zout bevat? Vind ṁ2.
ṁ1 = 750 kg/hx1 = 50 %x2 = 10 %x3 = 40 %
ṁ2 = kg/h
4.Gemiddeld
Hoeveel van stroom 2 moet er per uur aan stroom 1 worden toegevoegd zodat het mengsel 15% zout bevat? Vind ṁ2.
ṁ1 = 700 kg/hx1 = 10 %x2 = 30 %x3 = 15 %
ṁ2 = kg/h
5.Moeilijk
Een verdamper concentreert een suikeroplossing door zuiver water te verdampen. Vind het verdampte water W in kg/h.
F = 3300 kg/hxF = 18 %xP = 40 %
W = kg/h
6.Moeilijk
Een verdamper concentreert een zoutoplossing door zuiver water te verdampen. Vind het productdebiet P in kg/h.
F = 4900 kg/hxF = 11 %xP = 45 %
P = kg/h
Antwoordenblad
- 1. x3 = 18,85 %
- 2. ṁ3 = 900 kg/h
- 3. ṁ2 = 250 kg/h
- 4. ṁ2 = 233,3 kg/h
- 5. W = 1815 kg/h
- 6. P = 1198 kg/h
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.