Twee NaOHoplossingen worden stationair gemengd. Vind de massafractie NaOH in de uitgang x3.
Werkblad Massabalans met antwoorden
1.Makkelijk
ṁ1 = 1000 kg/hx1 = 20 %ṁ2 = 150 kg/hx2 = 10 %
x3 = %
2.Makkelijk
Twee NaOHoplossingen worden stationair gemengd. Vind het uitgaande debiet ṁ3.
ṁ1 = 450 kg/hx1 = 40 %ṁ2 = 950 kg/hx2 = 10 %
ṁ3 = kg/h
3.Gemiddeld
Hoeveel van stroom 2 moet er per uur aan stroom 1 worden toegevoegd zodat het mengsel 10% zout bevat? Vind ṁ2.
ṁ1 = 400 kg/hx1 = 30 %x2 = 5 %x3 = 10 %
ṁ2 = kg/h
4.Gemiddeld
Hoeveel van stroom 2 moet er per uur aan stroom 1 worden toegevoegd zodat het mengsel 20% zout bevat? Vind ṁ2.
ṁ1 = 650 kg/hx1 = 15 %x2 = 40 %x3 = 20 %
ṁ2 = kg/h
5.Moeilijk
Een verdamper concentreert een suikeroplossing door zuiver water te verdampen. Vind het productdebiet P in kg/h.
F = 2000 kg/hxF = 12 %xP = 60 %
P = kg/h
6.Moeilijk
Een verdamper concentreert een zoutoplossing door zuiver water te verdampen. Vind het verdampte water W in kg/h.
F = 3800 kg/hxF = 8 %xP = 40 %
W = kg/h
Antwoordenblad
- 1. x3 = 18,7 %
- 2. ṁ3 = 1400 kg/h
- 3. ṁ2 = 1600 kg/h
- 4. ṁ2 = 162,5 kg/h
- 5. P = 400 kg/h
- 6. W = 3040 kg/h
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.