Twee zoutoplossingen worden stationair gemengd. Vind het uitgaande debiet ṁ3.
Werkblad Massabalans met antwoorden
1.Makkelijk
ṁ1 = 800 kg/hx1 = 10 %ṁ2 = 900 kg/hx2 = 20 %
ṁ3 = kg/h
2.Makkelijk
Twee suikeroplossingen worden stationair gemengd. Vind de massafractie suiker in de uitgang x3.
ṁ1 = 250 kg/hx1 = 5 %ṁ2 = 400 kg/hx2 = 40 %
x3 = %
3.Gemiddeld
Hoeveel van stroom 2 moet er per uur aan stroom 1 worden toegevoegd zodat het mengsel 25% zout bevat? Vind ṁ2.
ṁ1 = 250 kg/hx1 = 10 %x2 = 35 %x3 = 25 %
ṁ2 = kg/h
4.Gemiddeld
Hoeveel van stroom 2 moet er per uur aan stroom 1 worden toegevoegd zodat het mengsel 20% zout bevat? Vind ṁ2.
ṁ1 = 550 kg/hx1 = 30 %x2 = 10 %x3 = 20 %
ṁ2 = kg/h
5.Moeilijk
Een verdamper concentreert een suikeroplossing door zuiver water te verdampen. Vind het verdampte water W in kg/h.
F = 3800 kg/hxF = 14 %xP = 65 %
W = kg/h
6.Moeilijk
Een verdamper concentreert een zoutoplossing door zuiver water te verdampen. Vind het productdebiet P in kg/h.
F = 2800 kg/hxF = 10 %xP = 35 %
P = kg/h
Antwoordenblad
- 1. ṁ3 = 1700 kg/h
- 2. x3 = 26,54 %
- 3. ṁ2 = 375 kg/h
- 4. ṁ2 = 550 kg/h
- 5. W = 2982 kg/h
- 6. P = 800 kg/h
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.