Gebruik de maasmethode om de spanning VR3 over R3 met de aangegeven polariteit te vinden.
Werkblad Maasmethode met antwoorden
1.Makkelijk
V1 = 24 VR1 = 8 ΩR2 = 8 ΩR3 = 12 ΩR4 = 4 Ω
VR3 = V
2.Makkelijk
Gebruik de maasmethode om de maasstroom I1 (met de klok mee) te vinden.
V1 = 6 VR1 = 12 ΩR2 = 8 ΩR3 = 4 ΩR4 = 4 Ω
I1 = A
3.Gemiddeld
Gebruik de maasmethode om de maasstroom I2 (met de klok mee) te vinden.
V1 = 10 VV2 = 18 VR1 = 4 ΩR2 = 8 ΩR3 = 6 Ω
I2 = A
4.Gemiddeld
Gebruik de maasmethode om de stroom IR2 door R2 in de richting van de pijl te vinden.
V1 = 15 VV2 = 24 VR1 = 5 ΩR2 = 5 ΩR3 = 4 Ω
IR2 = A
5.Moeilijk
Gebruik de maasmethode om de spanning VR5 over R5 met de aangegeven polariteit te vinden.
V1 = 15 VV2 = 10 VR1 = 2 ΩR2 = 20 ΩR3 = 25 ΩR4 = 5 ΩR5 = 30 Ω
VR5 = V
6.Moeilijk
Gebruik de maasmethode om de stroom IR1 door R1 in de richting van de pijl te vinden.
V1 = 5 VV2 = 15 VR1 = 12 ΩR2 = 6 ΩR3 = 25 ΩR4 = 2 ΩR5 = 5 Ω
IR1 = A
Antwoordenblad
- 1. VR3 = 10,29 V
- 2. I1 = 0,4 A
- 3. I2 = −1,154 A
- 4. IR2 = −2,4 A
- 5. VR5 = 7,5 V
- 6. IR1 = 0,3357 A
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.