Gebruik de maasmethode om de spanning VR3 over R3 met de aangegeven polariteit te vinden.
Werkblad Maasmethode met antwoorden
1.Makkelijk
V1 = 18 VR1 = 2 ΩR2 = 10 ΩR3 = 3 ΩR4 = 5 Ω
VR3 = V
2.Makkelijk
Gebruik de maasmethode om de maasstroom I2 (met de klok mee) te vinden.
V1 = 24 VR1 = 10 ΩR2 = 4 ΩR3 = 2 ΩR4 = 12 Ω
I2 = A
3.Gemiddeld
Gebruik de maasmethode om de stroom IR2 door R2 in de richting van de pijl te vinden.
V1 = 15 VV2 = 9 VR1 = 20 ΩR2 = 6 ΩR3 = 3 Ω
IR2 = A
4.Gemiddeld
Gebruik de maasmethode om de stroom IR3 door R3 in de richting van de pijl te vinden.
V1 = 24 VV2 = 30 VR1 = 6 ΩR2 = 15 ΩR3 = 8 Ω
IR3 = A
5.Moeilijk
Gebruik de maasmethode om de stroom IR5 door R5 in de richting van de pijl te vinden.
V1 = 36 VV2 = 24 VR1 = 6 ΩR2 = 6 ΩR3 = 25 ΩR4 = 10 ΩR5 = 10 Ω
IR5 = A
6.Moeilijk
Gebruik de maasmethode om de stroom IR4 door R4 in de richting van de pijl te vinden.
V1 = 5 VV2 = 15 VR1 = 6 ΩR2 = 25 ΩR3 = 25 ΩR4 = 4 ΩR5 = 6 Ω
IR4 = A
Antwoordenblad
- 1. VR3 = 10 V
- 2. I2 = 0,2264 A
- 3. IR2 = −0,8182 A
- 4. IR3 = 2,093 A
- 5. IR5 = 1,347 A
- 6. IR4 = 0,5168 A
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.