Welke massa m CuSO4 (M = 159,61 g/mol) heb je nodig om 500 mL van een 0,05 mol/L oplossing te maken?
Werkblad Molariteit en verdunning met antwoorden
6 g KNO3 (M = 101,1 g/mol) wordt in water opgelost tot 200 mL oplossing. Bereken de molariteit c.
Je hebt 500 mL van een 0,2 mol/L oplossing nodig en hebt een stamoplossing van 0,5 mol/L. Welk volume V1 stamoplossing heb je nodig?
Je hebt 1000 mL van een 0,1 mol/L oplossing nodig en hebt een stamoplossing van 2 mol/L. Welk volume V1 stamoplossing heb je nodig?
150 mL van een 0,2 mol/L oplossing wordt gemengd met 400 mL van een 3 mol/L oplossing van dezelfde stof. Bereken de concentratie c van het mengsel (de volumes zijn additief).
150 mL van een 0,4 mol/L oplossing wordt gemengd met 500 mL van een 1,2 mol/L oplossing van dezelfde stof. Bereken de concentratie c van het mengsel (de volumes zijn additief).
Antwoordenblad
- 1. m = 3,99 g
- 2. c = 0,2967 mol/L
- 3. V1 = 200 mL
- 4. V1 = 50 mL
- 5. c = 2,236 mol/L
- 6. c = 1,015 mol/L
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.