Welke massa m KNO3 (M = 101,1 g/mol) heb je nodig om 500 mL van een 0,15 mol/L oplossing te maken?
Werkblad Molariteit en verdunning met antwoorden
Welke massa m NaCl (M = 58,44 g/mol) heb je nodig om 150 mL van een 1 mol/L oplossing te maken?
Je hebt 100 mL van een 0,5 mol/L oplossing nodig en hebt een stamoplossing van 2,5 mol/L. Hoeveel water Vwater voeg je toe aan de stamoplossing?
Je hebt 500 mL van een 0,2 mol/L oplossing nodig en hebt een stamoplossing van 2 mol/L. Welk volume V1 stamoplossing heb je nodig?
200 mL van een 0,2 mol/L oplossing wordt gemengd met 400 mL van een 3 mol/L oplossing van dezelfde stof. Bereken de concentratie c van het mengsel (de volumes zijn additief).
300 mL van een 1,5 mol/L oplossing wordt gemengd met 50 mL van een 0,6 mol/L oplossing van dezelfde stof. Bereken de concentratie c van het mengsel (de volumes zijn additief).
Antwoordenblad
- 1. m = 7,582 g
- 2. m = 8,766 g
- 3. Vwater = 80 mL
- 4. V1 = 50 mL
- 5. c = 2,067 mol/L
- 6. c = 1,371 mol/L
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.