Welke massa m KNO3 (M = 101,1 g/mol) heb je nodig om 500 mL van een 0,2 mol/L oplossing te maken?
Werkblad Molariteit en verdunning met antwoorden
Welke massa m KNO3 (M = 101,1 g/mol) heb je nodig om 1000 mL van een 1 mol/L oplossing te maken?
Je hebt 200 mL van een 0,3 mol/L oplossing nodig en hebt een stamoplossing van 1 mol/L. Welk volume V1 stamoplossing heb je nodig?
Je hebt 500 mL van een 0,5 mol/L oplossing nodig en hebt een stamoplossing van 3 mol/L. Welk volume V1 stamoplossing heb je nodig?
100 mL van een 1,5 mol/L oplossing wordt gemengd met 50 mL van een 3 mol/L oplossing van dezelfde stof. Bereken de concentratie c van het mengsel (de volumes zijn additief).
150 mL van een 0,4 mol/L oplossing wordt gemengd met 400 mL van een 1,2 mol/L oplossing van dezelfde stof. Bereken de concentratie c van het mengsel (de volumes zijn additief).
Antwoordenblad
- 1. m = 10,11 g
- 2. m = 101,1 g
- 3. V1 = 60 mL
- 4. V1 = 83,33 mL
- 5. c = 2 mol/L
- 6. c = 0,9818 mol/L
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.