Welke massa m KNO3 (M = 101,1 g/mol) heb je nodig om 150 mL van een 0,2 mol/L oplossing te maken?
Werkblad Molariteit en verdunning met antwoorden
18,5 g NaOH (M = 40 g/mol) wordt in water opgelost tot 750 mL oplossing. Bereken de molariteit c.
Je hebt 500 mL van een 0,4 mol/L oplossing nodig en hebt een stamoplossing van 1,5 mol/L. Welk volume V1 stamoplossing heb je nodig?
Je hebt 200 mL van een 0,1 mol/L oplossing nodig en hebt een stamoplossing van 1,5 mol/L. Welk volume V1 stamoplossing heb je nodig?
50 mL van een 1 mol/L oplossing wordt gemengd met 200 mL van een 0,75 mol/L oplossing van dezelfde stof. Bereken de concentratie c van het mengsel (de volumes zijn additief).
300 mL van een 0,25 mol/L oplossing wordt gemengd met 250 mL van een 2,5 mol/L oplossing van dezelfde stof. Bereken de concentratie c van het mengsel (de volumes zijn additief).
Antwoordenblad
- 1. m = 3,033 g
- 2. c = 0,6167 mol/L
- 3. V1 = 133,3 mL
- 4. V1 = 13,33 mL
- 5. c = 0,8 mol/L
- 6. c = 1,273 mol/L
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.