25,5 g KCl (M = 74,55 g/mol) wordt in water opgelost tot 500 mL oplossing. Bereken de molariteit c.
Werkblad Molariteit en verdunning met antwoorden
10 g KNO3 (M = 101,1 g/mol) wordt in water opgelost tot 1000 mL oplossing. Bereken de molariteit c.
Je hebt 200 mL van een 0,5 mol/L oplossing nodig en hebt een stamoplossing van 5 mol/L. Welk volume V1 stamoplossing heb je nodig?
Je hebt 1000 mL van een 0,5 mol/L oplossing nodig en hebt een stamoplossing van 3 mol/L. Hoeveel water Vwater voeg je toe aan de stamoplossing?
50 mL van een 0,25 mol/L oplossing wordt gemengd met 100 mL van een 3 mol/L oplossing van dezelfde stof. Bereken de concentratie c van het mengsel (de volumes zijn additief).
250 mL van een 0,5 mol/L oplossing wordt gemengd met 200 mL van een 0,6 mol/L oplossing van dezelfde stof. Bereken de concentratie c van het mengsel (de volumes zijn additief).
Antwoordenblad
- 1. c = 0,6841 mol/L
- 2. c = 0,09891 mol/L
- 3. V1 = 20 mL
- 4. Vwater = 833,3 mL
- 5. c = 2,083 mol/L
- 6. c = 0,5444 mol/L
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.