Welke massa m KNO3 (M = 101,1 g/mol) heb je nodig om 1000 mL van een 0,2 mol/L oplossing te maken?
Werkblad Molariteit en verdunning met antwoorden
4 g NaOH (M = 40 g/mol) wordt in water opgelost tot 150 mL oplossing. Bereken de molariteit c.
Je hebt 200 mL van een 0,5 mol/L oplossing nodig en hebt een stamoplossing van 2,5 mol/L. Welk volume V1 stamoplossing heb je nodig?
Je hebt 500 mL van een 0,25 mol/L oplossing nodig en hebt een stamoplossing van 2 mol/L. Welk volume V1 stamoplossing heb je nodig?
150 mL van een 2 mol/L oplossing wordt gemengd met 400 mL van een 2,5 mol/L oplossing van dezelfde stof. Bereken de concentratie c van het mengsel (de volumes zijn additief).
50 mL van een 0,5 mol/L oplossing wordt gemengd met 100 mL van een 0,75 mol/L oplossing van dezelfde stof. Bereken de concentratie c van het mengsel (de volumes zijn additief).
Antwoordenblad
- 1. m = 20,22 g
- 2. c = 0,6667 mol/L
- 3. V1 = 40 mL
- 4. V1 = 62,5 mL
- 5. c = 2,364 mol/L
- 6. c = 0,6667 mol/L
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.