Een auto van 1800 kg die met 15 m/s rijdt, botst op een stilstaande auto van 700 kg. De auto's haken in elkaar. Bereken hun gemeenschappelijke snelheid v′ direct na de botsing (positief in de richting van de eerste auto).
Werkblad Impuls en botsingen met antwoorden
Een auto van 800 kg die met 20 m/s rijdt, botst frontaal op een auto van 1600 kg die met 12 m/s in tegengestelde richting rijdt. De auto's haken in elkaar. Bereken hun gemeenschappelijke snelheid v′ direct na de botsing (positief in de richting van de eerste auto).
Een kogel van 8 g wordt horizontaal afgevuurd in een houten blok van 5 kg dat aan lichte touwtjes hangt, en blijft erin steken. Het blok zwaait omhoog tot het 24 cm hoger is dan aan het begin. Gebruik g = 9,81 m/s². Vind de snelheid v van de kogel vóór de inslag.
Een projectiel van 8 kg dat horizontaal met 28 m/s beweegt, explodeert in twee brokstukken die langs dezelfde lijn bewegen. Het brokstuk van 2 kg gaat met 75 m/s vooruit. Vind de snelheid v′2 van het brokstuk van 6 kg (positief in de oorspronkelijke richting).
Een bal van 0,3 kg raakt een muur met 17 m/s en kaatst recht terug met 13 m/s. Het contact duurt 50 ms. Bereken de grootte van de stoot J die de muur aan de bal geeft.
Op een kruispunt botst een auto van 1200 kg die met 10 m/s naar het oosten rijdt op een auto van 1400 kg die met 11 m/s naar het noorden rijdt. De auto’s haken in elkaar. Vind de snelheid v′ van het wrak direct na de botsing.
Antwoordenblad
- 1. v′ = 10,8 m/s
- 2. v′ = −1,333 m/s
- 3. v = 1358 m/s
- 4. v′2 = 12,33 m/s
- 5. J = 9 N·s
- 6. v′ = 7,509 m/s
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.