Een geweer van 4,5 kg, dat vrij kan bewegen, vuurt een kogel van 5 g af met 650 m/s. Beide beginnen in rust. Vind de terugslagsnelheid V van het geweer.
Werkblad Impuls en botsingen met antwoorden
Een bal van 0,45 kg die stilligt, wordt weggetrapt. De voet duwt er 15 ms lang met een gemiddelde kracht van 800 N tegen. Vind de snelheid v van de bal direct na de trap.
Een kogel van 5 g wordt horizontaal afgevuurd in een houten blok van 3 kg dat aan lichte touwtjes hangt, en blijft erin steken. Het blok zwaait omhoog tot het 14 cm hoger is dan aan het begin. Gebruik g = 9,81 m/s². Vind de snelheid v van de kogel vóór de inslag.
Een karretje van 1 kg dat met 4 m/s rijdt, botst volkomen elastisch en frontaal op een stilstaand karretje van 4,5 kg op een wrijvingsloze baan. Bereken de snelheid v′1 van het eerste karretje na de botsing (positief in de oorspronkelijke richting).
Op een kruispunt botst een auto van 1400 kg die met 15 m/s naar het oosten rijdt op een auto van 1700 kg die met 12 m/s naar het noorden rijdt. De auto’s haken in elkaar. Vind de snelheid v′ van het wrak direct na de botsing.
Op een kruispunt botst een auto van 1300 kg die met 15 m/s naar het oosten rijdt op een auto van 1700 kg die met 13 m/s naar het noorden rijdt. De auto’s haken in elkaar. Vind de richting θ van het wrak direct na de botsing, gemeten vanaf het oosten richting het noorden.
Antwoordenblad
- 1. V = 0,7222 m/s
- 2. v = 26,67 m/s
- 3. v = 996,1 m/s
- 4. v′1 = −2,545 m/s
- 5. v′ = 9,444 m/s
- 6. θ = 48,58 °
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.