Een auto van 1000 kg die met 16 m/s rijdt, botst frontaal op een auto van 1500 kg die met 10 m/s in tegengestelde richting rijdt. De auto's haken in elkaar. Bereken hun gemeenschappelijke snelheid v′ direct na de botsing (positief in de richting van de eerste auto).
Werkblad Impuls en botsingen met antwoorden
Een karretje van 4,5 kg dat met 9,5 m/s rijdt, botst op een stilstaand karretje van 4,5 kg. Na de botsing rijdt het eerste karretje in dezelfde richting door met 1 m/s. Vind de snelheid v′2 van het tweede karretje.
Een kogel van 12 g wordt horizontaal afgevuurd in een houten blok van 4,5 kg dat aan lichte touwtjes hangt, en blijft erin steken. Het blok zwaait omhoog tot het 18 cm hoger is dan aan het begin. Gebruik g = 9,81 m/s². Vind de snelheid v van de kogel vóór de inslag.
Een auto van 1100 kg die met 18 m/s rijdt, botst op een stilstaande auto van 700 kg en de twee haken in elkaar. Hoeveel kinetische energie ΔK gaat er bij de botsing verloren?
Een bal van 0,25 kg raakt een muur met 23 m/s en kaatst recht terug met 12 m/s. Het contact duurt 25 ms. Bereken de grootte van de stoot J die de muur aan de bal geeft.
Een bal van 0,6 kg raakt een muur met 23 m/s en kaatst recht terug met 18 m/s. Het contact duurt 5 ms. Bereken de grootte van de stoot J die de muur aan de bal geeft.
Antwoordenblad
- 1. v′ = 0,4 m/s
- 2. v′2 = 8,5 m/s
- 3. v = 706,6 m/s
- 4. ΔK = 69300 J
- 5. J = 8,75 N·s
- 6. J = 24,6 N·s
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.