Een bal van 0,2 kg die stilligt, wordt weggetrapt. De voet duwt er 20 ms lang met een gemiddelde kracht van 600 N tegen. Vind de snelheid v van de bal direct na de trap.
Werkblad Impuls en botsingen met antwoorden
Een bal van 0,25 kg die stilligt, wordt weggetrapt. De voet duwt er 8 ms lang met een gemiddelde kracht van 800 N tegen. Vind de snelheid v van de bal direct na de trap.
Een karretje van 0,5 kg dat met 8 m/s rijdt, botst volkomen elastisch en frontaal op een stilstaand karretje van 4,5 kg op een wrijvingsloze baan. Bereken de snelheid v′1 van het eerste karretje na de botsing (positief in de oorspronkelijke richting).
Een projectiel van 10 kg dat horizontaal met 5 m/s beweegt, explodeert in twee brokstukken die langs dezelfde lijn bewegen. Het brokstuk van 2 kg gaat met 62 m/s vooruit. Vind de snelheid v′2 van het brokstuk van 8 kg (positief in de oorspronkelijke richting).
Een bal van 0,55 kg raakt een muur met 23 m/s en kaatst recht terug met 16 m/s. Het contact duurt 10 ms. Bereken de gemiddelde kracht Favg van de muur op de bal.
Een auto van 1700 kg botst op een geparkeerde auto van 1600 kg. De wrakken haken in elkaar en slippen 9,5 m voordat ze stilstaan. De kinetische wrijvingscoëfficiënt tussen banden en weg is 0,8. Gebruik g = 9,81 m/s². Vind de snelheid v1 van de eerste auto vlak vóór de botsing.
Antwoordenblad
- 1. v = 60 m/s
- 2. v = 25,6 m/s
- 3. v′1 = −6,4 m/s
- 4. v′2 = −9,25 m/s
- 5. Favg = 2145 N
- 6. v1 = 23,7 m/s
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.