Een auto van 900 kg die met 17 m/s rijdt, botst op een stilstaande auto van 1000 kg. De auto's haken in elkaar. Bereken hun gemeenschappelijke snelheid v′ direct na de botsing (positief in de richting van de eerste auto).
Werkblad Impuls en botsingen met antwoorden
Een geweer van 3,5 kg, dat vrij kan bewegen, vuurt een kogel van 4 g af met 450 m/s. Beide beginnen in rust. Vind de terugslagsnelheid V van het geweer.
Een karretje van 2 kg dat met 8 m/s rijdt, botst volkomen elastisch en frontaal op een stilstaand karretje van 1,5 kg op een wrijvingsloze baan. Bereken de snelheid v′2 van het tweede karretje na de botsing.
Een projectiel van 6 kg dat horizontaal met 14 m/s beweegt, explodeert in twee brokstukken die langs dezelfde lijn bewegen. Het brokstuk van 4 kg gaat met 43 m/s vooruit. Vind de snelheid v′2 van het brokstuk van 2 kg (positief in de oorspronkelijke richting).
Een bal van 0,35 kg raakt een muur met 23 m/s en kaatst recht terug met 8 m/s. Het contact duurt 25 ms. Bereken de gemiddelde kracht Favg van de muur op de bal.
Een bal van 0,6 kg raakt een muur met 22 m/s en kaatst recht terug met 5 m/s. Het contact duurt 40 ms. Bereken de gemiddelde kracht Favg van de muur op de bal.
Antwoordenblad
- 1. v′ = 8,053 m/s
- 2. V = 0,5143 m/s
- 3. v′2 = 9,143 m/s
- 4. v′2 = −44 m/s
- 5. Favg = 434 N
- 6. Favg = 405 N
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.