Een bal van 0,2 kg die stilligt, wordt weggetrapt. De voet duwt er 4 ms lang met een gemiddelde kracht van 300 N tegen. Vind de snelheid v van de bal direct na de trap.
Werkblad Impuls en botsingen met antwoorden
Een auto van 1300 kg die met 20 m/s rijdt, botst op een stilstaande auto van 1200 kg. De auto's haken in elkaar. Bereken hun gemeenschappelijke snelheid v′ direct na de botsing (positief in de richting van de eerste auto).
Een auto van 800 kg die met 25 m/s rijdt, botst op een stilstaande auto van 900 kg en de twee haken in elkaar. Welk percentage ΔK/K van de oorspronkelijke kinetische energie gaat verloren?
Een karretje van 4 kg dat met 9 m/s rijdt, botst volkomen elastisch en frontaal op een stilstaand karretje van 5 kg op een wrijvingsloze baan. Bereken de snelheid v′2 van het tweede karretje na de botsing.
Een bal van 0,25 kg raakt een muur met 26 m/s en kaatst recht terug met 9 m/s. Het contact duurt 50 ms. Bereken de grootte van de stoot J die de muur aan de bal geeft.
Een auto van 800 kg botst op een geparkeerde auto van 1200 kg. De wrakken haken in elkaar en slippen 14 m voordat ze stilstaan. De kinetische wrijvingscoëfficiënt tussen banden en weg is 0,5. Gebruik g = 9,81 m/s². Vind de snelheid v1 van de eerste auto vlak vóór de botsing.
Antwoordenblad
- 1. v = 6 m/s
- 2. v′ = 10,4 m/s
- 3. ΔK/K = 52,94 %
- 4. v′2 = 8 m/s
- 5. J = 8,75 N·s
- 6. v1 = 29,3 m/s
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.