Twee blokken van 4 kg en 11 kg staan naast elkaar op een wrijvingsloze vloer. Een horizontale kracht van 30 N duwt op het blok van 4 kg, dat het andere blok voortduwt. Vind de versnelling a van de blokken.
Werkblad Wetten van Newton met antwoorden
Een krat van 22 kg wordt met een horizontale kracht van 35 N over een vloer geduwd. De kinetische wrijvingscoëfficiënt is 0,1. Gebruik g = 9,81 m/s². Bereken de versnelling a van de krat.
Een slee van 40 kg wordt over vlakke sneeuw getrokken door een touw onder 20° boven de horizontaal met een kracht van 180 N. De kinetische wrijvingscoëfficiënt is 0,25. Gebruik g = 9,81 m/s². Vind de versnelling a van de slee.
Massa’s van 9,5 kg en 8 kg hangen aan weerszijden van een lichte, wrijvingsloze katrol, verbonden door een licht touw. Het systeem wordt vanuit rust losgelaten. Gebruik g = 9,81 m/s². Vind de versnelling a van de massa’s.
Een blok van 3 kg op een horizontale tafel is via een licht touw over een wrijvingsloze katrol verbonden met een hangende massa van 2 kg. De tafel is wrijvingsloos. Gebruik g = 9,81 m/s². Bereken de versnelling a van het systeem.
Een blok van 10 kg op een horizontale tafel is via een licht touw over een wrijvingsloze katrol verbonden met een hangende massa van 2 kg. De kinetische wrijvingscoëfficiënt tussen blok en tafel is 0,1. Gebruik g = 9,81 m/s². Bereken de spankracht T in het touw.
Antwoordenblad
- 1. a = 2 m/s²
- 2. a = 0,6099 m/s²
- 3. a = 2,161 m/s²
- 4. a = 0,8409 m/s²
- 5. a = 3,924 m/s²
- 6. T = 17,98 N
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.