Twee blokken van 1 kg en 11 kg staan naast elkaar op een wrijvingsloze vloer. Een horizontale kracht van 60 N duwt op het blok van 1 kg, dat het andere blok voortduwt. Vind de kracht Fc die het eerste blok op het tweede uitoefent.
Werkblad Wetten van Newton met antwoorden
Een krat van 28 kg wordt met een horizontale kracht van 60 N over een vloer geduwd. De kinetische wrijvingscoëfficiënt is 0,2. Gebruik g = 9,81 m/s². Bereken de versnelling a van de krat.
Een blok van 14 kg glijdt een helling af die 25° met de horizontaal maakt. De kinetische wrijvingscoëfficiënt is 0,1. Gebruik g = 9,81 m/s². Bereken de versnelling a van het blok langs de helling.
Massa’s van 5 kg en 4,5 kg hangen aan weerszijden van een lichte, wrijvingsloze katrol, verbonden door een licht touw. Het systeem wordt vanuit rust losgelaten. Gebruik g = 9,81 m/s². Bereken de spankracht T in het touw.
Twee blokken op een horizontale vloer zijn verbonden door een licht horizontaal touw. Een horizontale kracht van 50 N trekt aan het voorste blok van 6 kg; het blok van 9 kg wordt erachter meegesleept. De kinetische wrijvingscoëfficiënt is voor beide blokken 0,3. Gebruik g = 9,81 m/s². Vind de spankracht T in het verbindingstouw.
Een blok van 4,5 kg op een horizontale tafel is via een licht touw over een wrijvingsloze katrol verbonden met een hangende massa van 4,5 kg. De tafel is wrijvingsloos. Gebruik g = 9,81 m/s². Bereken de versnelling a van het systeem.
Antwoordenblad
- 1. Fc = 55 N
- 2. a = 0,1809 m/s²
- 3. a = 3,257 m/s²
- 4. T = 46,47 N
- 5. T = 30 N
- 6. a = 4,905 m/s²
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.