Twee blokken van 11 kg en 6 kg staan naast elkaar op een wrijvingsloze vloer. Een horizontale kracht van 10 N duwt op het blok van 11 kg, dat het andere blok voortduwt. Vind de kracht Fc die het eerste blok op het tweede uitoefent.
Werkblad Wetten van Newton met antwoorden
Een krat van 32 kg wordt met een horizontale kracht van 95 N over een vloer geduwd. De kinetische wrijvingscoëfficiënt is 0,25. Gebruik g = 9,81 m/s². Bereken de versnelling a van de krat.
Een doos van 20 kg wordt met constante snelheid een helling onder 25° met de horizontaal op geduwd, door een kracht evenwijdig aan de helling. De kinetische wrijvingscoëfficiënt is 0,2. Gebruik g = 9,81 m/s². Vind de duwkracht F.
Massa’s van 7 kg en 1 kg hangen aan weerszijden van een lichte, wrijvingsloze katrol, verbonden door een licht touw. Het systeem wordt vanuit rust losgelaten. Gebruik g = 9,81 m/s². Bereken de spankracht T in het touw.
Een blok krijgt een duw, zodat het met een snelheid van 11,5 m/s een helling onder 20° op begint te glijden. De kinetische wrijvingscoëfficiënt is 0,2. Gebruik g = 9,81 m/s². Hoe ver d glijdt het langs de helling voordat het stopt?
Een blok van 9,5 kg op een horizontale tafel is via een licht touw over een wrijvingsloze katrol verbonden met een hangende massa van 2 kg. De tafel is wrijvingsloos. Gebruik g = 9,81 m/s². Bereken de versnelling a van het systeem.
Antwoordenblad
- 1. Fc = 3,529 N
- 2. a = 0,5162 m/s²
- 3. F = 118,5 N
- 4. T = 17,17 N
- 5. d = 12,72 m
- 6. a = 1,706 m/s²
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.