De knooppuntspanning in A wordt gemeten als VA = 11,5 V. Gebruik de knooppuntmethode om de weerstand R2 te vinden.
Werkblad Knooppuntmethode met antwoorden
1.Makkelijk
V1 = 6 VIs = 1 AR1 = 10 ΩVA = 11,5 V
R2 = Ω
2.Makkelijk
Drie takken zijn aangesloten tussen knooppunt A en massa, zoals getekend. Gebruik de knooppuntmethode om de knooppuntspanning VA te vinden.
V1 = 8 VR1 = 12 ΩV2 = 18 VR2 = 6 ΩR3 = 12 Ω
VA = V
3.Gemiddeld
Gebruik de knooppuntmethode om het vermogen PIs te vinden dat de stroombron Is levert.
V1 = 15 VIs = 2 AR1 = 2 ΩR2 = 8 ΩR3 = 5 ΩR4 = 8 Ω
PIs = W
4.Gemiddeld
De spanningsbron Vₛ tussen A en B heeft haar +-klem bij B, dus ze legt VB − VA = Vₛ vast. Gebruik de knooppuntmethode met een superknooppunt om de knooppuntspanning VB (gemeten ten opzichte van massa) te vinden.
Is = 5 AVs = 4 VR1 = 12 ΩR2 = 12 Ω
VB = V
5.Moeilijk
Gebruik de knooppuntmethode om de stroom IR1 door R1 in de richting van de pijl te vinden.
V1 = 10 VIs = 2,5 AV2 = 15 VR1 = 4 ΩR2 = 10 ΩR3 = 25 ΩR4 = 30 ΩR5 = 4 Ω
IR1 = A
6.Moeilijk
Gebruik de knooppuntmethode om de stroom IR2 door R2 in de richting van de pijl te vinden.
V1 = 36 VIs = 3 AV2 = 6 VR1 = 25 ΩR2 = 2 ΩR3 = 6 ΩR4 = 10 ΩR5 = 2 Ω
IR2 = A
Antwoordenblad
- 1. R2 = 25,56 Ω
- 2. VA = 11 V
- 3. PIs = 27,62 W
- 4. VB = 32 V
- 5. IR1 = 0,4241 A
- 6. IR2 = 0,1138 A
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.