Een machine bespaart naar verwachting €8 000, €10 000, €18 000, €5 000 aan het eind van jaar 1 tot en met 4, waarna ze niets meer waard is. Het vereiste rendement is 12 %. Hoeveel mag het bedrijf vandaag maximaal voor de machine betalen? Bereken PV.
Werkblad NCW & IRR met antwoorden
Een project kost vandaag €20 000 en levert aan het eind van jaar 1 tot en met 6 €5 500, €5 000, €7 000, €4 500, €7 500, €6 000 op. Neem aan dat de kasstromen gelijkmatig over elk jaar binnenkomen. Bereken de terugverdientijd PB in jaren.
Een investering van €30 000 levert aan het eind van jaar 1 tot en met 4 deze kasstromen op: €11 000, €11 000, €13 000, €9 000. De vermogenskosten zijn 5 %. Bereken de netto contante waarde NPV.
Een investering van €30 000 levert aan het eind van jaar 1 tot en met 3 deze kasstromen op: €8 000, €11 000, €15 000. De vermogenskosten zijn 6 %. Bereken de netto contante waarde NPV.
Een project kost €40 000 en levert aan het eind van jaar 1 tot en met 3 €20 500, €13 500, €21 000 op. Kasstromen kunnen worden herbelegd tegen de vermogenskosten van 8 %. Bereken de gemodificeerde interne rentabiliteit MIRR in procenten.
Project A kost €30 000 en levert aan het eind van jaar 1 tot en met 3 €17 000, €12 000, €5 500 op. Project B kost €35 000 en levert €9 000, €13 500, €18 500 op. Bereken de omslagrente (crossover rate) r* waarbij beide projecten dezelfde NCW hebben, in procenten.
Antwoordenblad
- 1. PV = 31104 €
- 2. PB = 3,556 jaar
- 3. NPV = 9088 €
- 4. NPV = −68,58 €
- 5. MIRR = 14,15 %
- 6. r* = 4,896 %
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.