Een machine bespaart naar verwachting €25 000, €20 000, €15 000, €25 000 aan het eind van jaar 1 tot en met 4, waarna ze niets meer waard is. Het vereiste rendement is 8 %. Hoeveel mag het bedrijf vandaag maximaal voor de machine betalen? Bereken PV.
Werkblad NCW & IRR met antwoorden
Een project kost vandaag €100 000 en levert aan het eind van jaar 1 tot en met 5 €18 000, €37 000, €24 500, €39 500, €20 000 op. Neem aan dat de kasstromen gelijkmatig over elk jaar binnenkomen. Bereken de terugverdientijd PB in jaren.
Een investering van €30 000 levert aan het eind van jaar 1 tot en met 3 deze kasstromen op: €12 000, €7 000, €15 000. De vermogenskosten zijn 8 %. Bereken de netto contante waarde NPV.
Een investering van €30 000 levert aan het eind van jaar 1 tot en met 3 deze kasstromen op: €10 000, €11 000, €8 000. De vermogenskosten zijn 8 %. Bereken de netto contante waarde NPV.
Een project kost €50 000 en levert aan het eind van jaar 1 tot en met 3 €22 000, €31 000, €36 000 op. Bereken de interne rentabiliteit IRR in procenten.
Een project kost €50 000 en levert aan het eind van jaar 1 tot en met 3 €21 500, €27 000, €28 500 op. Kasstromen kunnen worden herbelegd tegen de vermogenskosten van 6 %. Bereken de gemodificeerde interne rentabiliteit MIRR in procenten.
Antwoordenblad
- 1. PV = 70578 €
- 2. PB = 3,519 jaar
- 3. NPV = −980 €
- 4. NPV = −4959 €
- 5. IRR = 32,15 %
- 6. MIRR = 17,58 %
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.