Een inverterende versterker met een ideale opamp moet een spanningsversterking van −2,5 hebben. De terugkoppelweerstand is Rf = 220 kΩ. Vind de ingangsweerstand R1.
Werkblad Opampschakelingen met antwoorden
Een inverterende versterker met een ideale opamp moet een spanningsversterking van −2,5 hebben. De ingangsweerstand is R1 = 2,2 kΩ. Vind de terugkoppelweerstand Rf.
De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V; de uitgang verzadigt bij ±13 V. De inverterende versterker wordt gestuurd met een sinusvormig signaal. Vind de grootste ingangsamplitude Vin,max (topwaarde) waarbij de uitgang niet wordt afgekapt.
De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V. Vind de uitgangsspanning Vout.
Twee ideale opamptrappen staan in cascade: een inverterende versterker (R1, Rf1) gevolgd door een niet-inverterende versterker (R2 naar massa, Rf2 in de terugkoppeling). Beide worden gevoed met ±15 V. De ingang is Vin = 0,95 V. Vind de uitgangsspanning Vout.
De sommeerversterker gebruikt een ideale opamp met een voeding van ±15 V. Vind de uitgangsspanning Vout.
Antwoordenblad
- 1. R1 = 88 kΩ
- 2. Rf = 5,5 kΩ
- 3. Vin,max = 0,5532 V
- 4. Vout = −1,6 V
- 5. Vout = −10,45 V
- 6. Vout = 0,8545 V
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.