De schakeling is een inverterende versterker. De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V; de uitgang verzadigt bij ±13 V. Vind de uitgangsspanning Vout.
Werkblad Opampschakelingen met antwoorden
1.Makkelijk
Vin = −0,8 VR1 = 4,7 kΩRf = 100 kΩVsat = ±13 V
Vout = V
2.Makkelijk
De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V. Vind de uitgangsspanning Vout.
Vin = 0,3 VR1 = 2 kΩRf = 22 kΩ
Vout = V
3.Gemiddeld
Kies de terugkoppelweerstand Rf die deze niet-inverterende versterker een spanningsversterking van 20 geeft.
R1 = 10 kΩAv = 20
Rf = kΩ
4.Gemiddeld
De verschilversterker gebruikt een ideale opamp met een voeding van ±15 V, met R3 = R1 en R4 = R2. Vind de uitgangsspanning Vout.
V1 = 1,6 VV2 = 2,9 VR1 = R3 = 10 kΩR2 = R4 = 4,7 kΩ
Vout = V
5.Moeilijk
De sommeerversterker gebruikt een ideale opamp met een voeding van ±15 V. Vind de uitgangsspanning Vout.
V1 = −1,4 VV2 = 1,4 VR1 = 4,7 kΩR2 = 100 kΩRf = 10 kΩ
Vout = V
6.Moeilijk
De sommeerversterker gebruikt een ideale opamp met een voeding van ±15 V. Vind de stroom If door de terugkoppelweerstand, in de richting van de uitgang.
V1 = 1,7 VV2 = 0,4 VR1 = 47 kΩR2 = 10 kΩRf = 4,7 kΩ
If = mA
Antwoordenblad
- 1. Vout = 13 V
- 2. Vout = −3,3 V
- 3. Rf = 190 kΩ
- 4. Vout = 0,611 V
- 5. Vout = 2,839 V
- 6. If = 0,07617 mA
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.