Werkblad Opampschakelingen met antwoorden

Gratis printbaar werkblad Opampschakelingen: 6 opgaven van makkelijk tot tentamenniveau, met antwoordenblad. Print het of sla het op als pdf.

Nieuw werkbladOnline oefenen met hints

Voor docenten: gratis te printen, kopiëren en in de les te gebruiken. Elk nieuw werkblad heeft nieuwe waarden en een eigen antwoordblad. Een link naar ExamProblems op je cursuspagina wordt gewaardeerd.

Naam: ____________________   Datum: ____________

1.Makkelijk
−+Vout​Rf​ = 100 kΩVin​ = 0,9 VR1​ = 1 kΩ

De schakeling is een inverterende versterker. De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V; de uitgang verzadigt bij ±13 V. Vind de uitgangsspanning Vout.

Vin = 0,9 VR1 = 1 kΩRf = 100 kΩVsat = ±13 V
Vout = V
2.Makkelijk
−+Vout​Rf​ = 4,7 kΩVin​ = 0,9 VR1​ = 1 kΩI1​

De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V. Vind de stroom I1 door R₁, in de richting van de opamp.

Vin = 0,9 VR1 = 1 kΩRf = 4,7 kΩ
I1 = mA
3.Gemiddeld
−+Vout​Rf​ = 47 kΩR1​ = 22 kΩVin​ = 0,5 VRa​ = 2 kΩRb​ = 47 kΩ

De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V. Vind de uitgangsspanning Vout.

Vin = 0,5 VRa = 2 kΩRb = 47 kΩR1 = 22 kΩRf = 47 kΩ
Vout = V
4.Gemiddeld
−+Vout​Rf​ = ?R1​ = 4,7 kΩVin​

Kies de terugkoppelweerstand Rf die deze niet-inverterende versterker een spanningsversterking van 8 geeft.

R1 = 4,7 kΩAv = 8
Rf = kΩ
5.Moeilijk
−+Vout​C = 0,47 µFVin​ = 0,8 VR = 4,7 kΩ

De integrator gebruikt een ideale opamp met een voeding van ±15 V; de uitgang verzadigt bij ±12 V. De condensator is ongeladen als op t = 0 een constante ingang Vin = 0,8 V wordt aangelegd. Vind de uitgangsspanning Vout op t = 10 ms.

Vin = 0,8 VR = 4,7 kΩC = 0,47 µFVsat = ±12 Vt = 10 ms
Vout = V
6.Moeilijk
Vin​V1​Vout​trap 1: inverterendR1​ = 22 kΩRf1​ = 47 kΩtrap 2: niet-inverterendR2​ = 100 kΩRf2​ = 10 kΩ

Twee ideale opamptrappen staan in cascade: een inverterende versterker (R1, Rf1) gevolgd door een niet-inverterende versterker (R2 naar massa, Rf2 in de terugkoppeling). Beide worden gevoed met ±15 V. De ingang is Vin = −0,75 V. Vind de uitgangsspanning Vout.

R1 = 22 kΩRf1 = 47 kΩR2 = 100 kΩRf2 = 10 kΩVin = −0,75 V
Vout = V

Antwoordenblad

  1. 1. Vout = −13 V
  2. 2. I1 = 0,9 mA
  3. 3. Vout = 1,504 V
  4. 4. Rf = 32,9 kΩ
  5. 5. Vout = −3,622 V
  6. 6. Vout = 1,762 V

Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.