De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V. Vind de stroom I1 door R₁, in de richting van de opamp.
Werkblad Opampschakelingen met antwoorden
1.Makkelijk
Vin = −1,9 VR1 = 22 kΩRf = 100 kΩ
I1 = mA
2.Makkelijk
De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V. Vind de uitgangsspanning Vout.
Vin = 1,4 VR1 = 10 kΩRf = 22 kΩ
Vout = V
3.Gemiddeld
Kies de terugkoppelweerstand Rf die deze niet-inverterende versterker een spanningsversterking van 20 geeft.
R1 = 47 kΩAv = 20
Rf = kΩ
4.Gemiddeld
Kies de terugkoppelweerstand Rf die deze niet-inverterende versterker een spanningsversterking van 3 geeft.
R1 = 1 kΩAv = 3
Rf = kΩ
5.Moeilijk
De sommeerversterker gebruikt een ideale opamp met een voeding van ±15 V. Vind de uitgangsspanning Vout.
V1 = −2 VV2 = 1 VR1 = 10 kΩR2 = 1 kΩRf = 1 kΩ
Vout = V
6.Moeilijk
Twee ideale opamptrappen staan in cascade: een inverterende versterker (R1, Rf1) gevolgd door een niet-inverterende versterker (R2 naar massa, Rf2 in de terugkoppeling). Beide worden gevoed met ±15 V. Vind de totale spanningsversterking Av = Vout/Vin.
R1 = 4,7 kΩRf1 = 100 kΩR2 = 10 kΩRf2 = 2 kΩ
Av =
Antwoordenblad
- 1. I1 = −0,08636 mA
- 2. Vout = −3,08 V
- 3. Rf = 893 kΩ
- 4. Rf = 2 kΩ
- 5. Vout = −0,8 V
- 6. Av = −25,53
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.