De schakeling is een inverterende versterker. De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V; de uitgang verzadigt bij ±13 V. Vind de uitgangsspanning Vout.
Werkblad Opampschakelingen met antwoorden
De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V. Vind de uitgangsspanning Vout.
Kies de terugkoppelweerstand Rf die deze niet-inverterende versterker een spanningsversterking van 25 geeft.
De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V; de uitgang verzadigt bij ±12 V. De niet-inverterende versterker wordt gestuurd met een sinusvormig signaal. Vind de grootste ingangsamplitude Vin,max (topwaarde) waarbij de uitgang niet wordt afgekapt.
Twee ideale opamptrappen staan in cascade: een inverterende versterker (R1, Rf1) gevolgd door een niet-inverterende versterker (R2 naar massa, Rf2 in de terugkoppeling). Beide worden gevoed met ±15 V. De ingang is Vin = 0,45 V. Vind de uitgangsspanning Vout.
De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V. De weerstandsverhoudingen zijn niet op elkaar afgestemd. Vind de uitgangsspanning Vout.
Antwoordenblad
- 1. Vout = 3,08 V
- 2. Vout = −3,745 V
- 3. Rf = 24 kΩ
- 4. Vin,max = 3,582 V
- 5. Vout = −6,74 V
- 6. Vout = −0,2932 V
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.