Werkblad Opampschakelingen met antwoorden

Gratis printbaar werkblad Opampschakelingen: 6 opgaven van makkelijk tot tentamenniveau, met antwoordenblad. Print het of sla het op als pdf.

Nieuw werkbladOnline oefenen met hints

Voor docenten: gratis te printen, kopiëren en in de les te gebruiken. Elk nieuw werkblad heeft nieuwe waarden en een eigen antwoordblad. Een link naar ExamProblems op je cursuspagina wordt gewaardeerd.

Naam: ____________________   Datum: ____________

1.Makkelijk
−+Vout​Rf​ = 4,7 kΩVin​ = −0,5 VR1​ = 1 kΩ

De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V. Vind de uitgangsspanning Vout.

Vin = −0,5 VR1 = 1 kΩRf = 4,7 kΩ
Vout = V
2.Makkelijk
−+Vout​Rf​ = 22 kΩVin​R1​ = ?

Een inverterende versterker met een ideale opamp moet een spanningsversterking van −20 hebben. De terugkoppelweerstand is Rf = 22 kΩ. Vind de ingangsweerstand R1.

Av = −20Rf = 22 kΩ
R1 = kΩ
3.Gemiddeld
−+Vout​Rf​ = ?R1​ = 10 kΩVin​

Kies de terugkoppelweerstand Rf die deze niet-inverterende versterker een spanningsversterking van 31 geeft.

R1 = 10 kΩAv = 31
Rf = kΩ
4.Gemiddeld
−+Vout​R2​ = 100 kΩV1​ = 0,7 VR1​ = 10 kΩV2​ = 0,9 VR3​ = 10 kΩR4​ = 100 kΩ

De verschilversterker gebruikt een ideale opamp met een voeding van ±15 V, met R3 = R1 en R4 = R2. Vind de spanning V− op de inverterende ingang.

V1 = 0,7 VV2 = 0,9 VR1 = R3 = 10 kΩR2 = R4 = 100 kΩ
V− = V
5.Moeilijk
Vin​V1​Vout​trap 1: inverterendR1​ = 10 kΩRf1​ = 47 kΩtrap 2: niet-inverterendR2​ = 1 kΩRf2​ = 2 kΩ

Twee ideale opamptrappen staan in cascade: een inverterende versterker (R1, Rf1) gevolgd door een niet-inverterende versterker (R2 naar massa, Rf2 in de terugkoppeling). Beide worden gevoed met ±15 V. Vind de totale spanningsversterking Av = Vout/Vin.

R1 = 10 kΩRf1 = 47 kΩR2 = 1 kΩRf2 = 2 kΩ
Av =
6.Moeilijk
−+Vout​Rf​ = 22 kΩV1​ = −0,4 VR1​ = 1 kΩV2​ = 1,5 VR2​ = 100 kΩ

De sommeerversterker gebruikt een ideale opamp met een voeding van ±15 V. Vind de uitgangsspanning Vout.

V1 = −0,4 VV2 = 1,5 VR1 = 1 kΩR2 = 100 kΩRf = 22 kΩ
Vout = V

Antwoordenblad

  1. 1. Vout = 2,35 V
  2. 2. R1 = 1,1 kΩ
  3. 3. Rf = 300 kΩ
  4. 4. V− = 0,8182 V
  5. 5. Av = −14,1
  6. 6. Vout = 8,47 V

Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.