Werkblad Opampschakelingen met antwoorden

Gratis printbaar werkblad Opampschakelingen: 6 opgaven van makkelijk tot tentamenniveau, met antwoordenblad. Print het of sla het op als pdf.

Nieuw werkbladOnline oefenen met hints

Voor docenten: gratis te printen, kopiëren en in de les te gebruiken. Elk nieuw werkblad heeft nieuwe waarden en een eigen antwoordblad. Een link naar ExamProblems op je cursuspagina wordt gewaardeerd.

Naam: ____________________   Datum: ____________

1.Makkelijk
−+Vout​Rf​ = 10 kΩVin​R1​ = ?

Een inverterende versterker met een ideale opamp moet een spanningsversterking van −8 hebben. De terugkoppelweerstand is Rf = 10 kΩ. Vind de ingangsweerstand R1.

Av = −8Rf = 10 kΩ
R1 = kΩ
2.Makkelijk
−+Vout​Rf​ = 10 kΩVin​ = −1,3 VR1​ = 4,7 kΩ

De schakeling is een inverterende versterker. De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V; de uitgang verzadigt bij ±13 V. Vind de uitgangsspanning Vout.

Vin = −1,3 VR1 = 4,7 kΩRf = 10 kΩVsat = ±13 V
Vout = V
3.Gemiddeld
−+Vout​Rf​ = ?R1​ = 10 kΩVin​

Kies de terugkoppelweerstand Rf die deze niet-inverterende versterker een spanningsversterking van 20 geeft.

R1 = 10 kΩAv = 20
Rf = kΩ
4.Gemiddeld
−+Vout​Rf​ = ?R1​ = 10 kΩVin​

Kies de terugkoppelweerstand Rf die deze niet-inverterende versterker een spanningsversterking van 5 geeft.

R1 = 10 kΩAv = 5
Rf = kΩ
5.Moeilijk
Vin​V1​Vout​trap 1: inverterendR1​ = 100 kΩRf1​ = 100 kΩtrap 2: niet-inverterendR2​ = 1 kΩRf2​ = 1 kΩ

Twee ideale opamptrappen staan in cascade: een inverterende versterker (R1, Rf1) gevolgd door een niet-inverterende versterker (R2 naar massa, Rf2 in de terugkoppeling). Beide worden gevoed met ±15 V. De ingang is Vin = −0,25 V. Vind de uitgangsspanning Vout.

R1 = 100 kΩRf1 = 100 kΩR2 = 1 kΩRf2 = 1 kΩVin = −0,25 V
Vout = V
6.Moeilijk
−+Vout​Rf​ = 4,7 kΩV1​ = 1,2 VR1​ = 10 kΩV2​ = −0,3 VR2​ = 4,7 kΩ

De sommeerversterker gebruikt een ideale opamp met een voeding van ±15 V. Vind de uitgangsspanning Vout.

V1 = 1,2 VV2 = −0,3 VR1 = 10 kΩR2 = 4,7 kΩRf = 4,7 kΩ
Vout = V

Antwoordenblad

  1. 1. R1 = 1,25 kΩ
  2. 2. Vout = 2,766 V
  3. 3. Rf = 190 kΩ
  4. 4. Rf = 40 kΩ
  5. 5. Vout = 0,5 V
  6. 6. Vout = −0,264 V

Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.