De schakeling is een inverterende versterker. De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V; de uitgang verzadigt bij ±14 V. Vind de uitgangsspanning Vout.
Werkblad Opampschakelingen met antwoorden
1.Makkelijk
Vin = 1 VR1 = 4,7 kΩRf = 22 kΩVsat = ±14 V
Vout = V
2.Makkelijk
De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V. Vind de uitgangsspanning Vout.
Vin = −1,1 VR1 = 47 kΩRf = 100 kΩ
Vout = V
3.Gemiddeld
Kies de terugkoppelweerstand Rf die deze niet-inverterende versterker een spanningsversterking van 6 geeft.
R1 = 47 kΩAv = 6
Rf = kΩ
4.Gemiddeld
Kies de terugkoppelweerstand Rf die deze niet-inverterende versterker een spanningsversterking van 8 geeft.
R1 = 100 kΩAv = 8
Rf = kΩ
5.Moeilijk
De sommeerversterker gebruikt een ideale opamp met een voeding van ±15 V. Vind de uitgangsspanning Vout.
V1 = −1,6 VV2 = −1,8 VR1 = 10 kΩR2 = 4,7 kΩRf = 2 kΩ
Vout = V
6.Moeilijk
Twee ideale opamptrappen staan in cascade: een inverterende versterker (R1, Rf1) gevolgd door een niet-inverterende versterker (R2 naar massa, Rf2 in de terugkoppeling). Beide worden gevoed met ±15 V. De ingang is Vin = 0,45 V. Vind de uitgangsspanning Vout.
R1 = 22 kΩRf1 = 22 kΩR2 = 22 kΩRf2 = 100 kΩVin = 0,45 V
Vout = V
Antwoordenblad
- 1. Vout = −4,681 V
- 2. Vout = 2,34 V
- 3. Rf = 235 kΩ
- 4. Rf = 700 kΩ
- 5. Vout = 1,086 V
- 6. Vout = −2,495 V
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.