Werkblad Opampschakelingen met antwoorden

Gratis printbaar werkblad Opampschakelingen: 6 opgaven van makkelijk tot tentamenniveau, met antwoordenblad. Print het of sla het op als pdf.

Nieuw werkbladOnline oefenen met hints

Voor docenten: gratis te printen, kopiëren en in de les te gebruiken. Elk nieuw werkblad heeft nieuwe waarden en een eigen antwoordblad. Een link naar ExamProblems op je cursuspagina wordt gewaardeerd.

Naam: ____________________   Datum: ____________

1.Makkelijk
−+Vout​Rf​ = 47 kΩVin​ = 1 VR1​ = 22 kΩ

De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V. Vind de uitgangsspanning Vout.

Vin = 1 VR1 = 22 kΩRf = 47 kΩ
Vout = V
2.Makkelijk
−+Vout​Rf​ = 4,7 kΩVin​ = 1,9 VR1​ = 2 kΩ

De schakeling is een inverterende versterker. De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V; de uitgang verzadigt bij ±13 V. Vind de uitgangsspanning Vout.

Vin = 1,9 VR1 = 2 kΩRf = 4,7 kΩVsat = ±13 V
Vout = V
3.Gemiddeld
−+Vout​R2​ = 4,7 kΩV1​ = −2,9 VR1​ = 47 kΩV2​ = 2,5 VR3​ = 47 kΩR4​ = 4,7 kΩ

De verschilversterker gebruikt een ideale opamp met een voeding van ±15 V, met R3 = R1 en R4 = R2. Vind de spanning V− op de inverterende ingang.

V1 = −2,9 VV2 = 2,5 VR1 = R3 = 47 kΩR2 = R4 = 4,7 kΩ
V− = V
4.Gemiddeld
−+Vout​Rf​ = ?R1​ = 47 kΩVin​

Kies de terugkoppelweerstand Rf die deze niet-inverterende versterker een spanningsversterking van 10 geeft.

R1 = 47 kΩAv = 10
Rf = kΩ
5.Moeilijk
−+Vout​Rf​ = 10 kΩV1​ = 0,1 VR1​ = 4,7 kΩV2​ = −1,3 VR2​ = 10 kΩIf​

De sommeerversterker gebruikt een ideale opamp met een voeding van ±15 V. Vind de stroom If door de terugkoppelweerstand, in de richting van de uitgang.

V1 = 0,1 VV2 = −1,3 VR1 = 4,7 kΩR2 = 10 kΩRf = 10 kΩ
If = mA
6.Moeilijk
−+Vout​R2​ = 22 kΩV1​ = 1,4 VR1​ = 100 kΩV2​ = 1,2 VR3​ = 47 kΩR4​ = 100 kΩ

De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V. De weerstandsverhoudingen zijn niet op elkaar afgestemd. Vind de uitgangsspanning Vout.

V1 = 1,4 VV2 = 1,2 VR1 = 100 kΩR2 = 22 kΩR3 = 47 kΩR4 = 100 kΩ
Vout = V

Antwoordenblad

  1. 1. Vout = −2,136 V
  2. 2. Vout = −4,465 V
  3. 3. V− = 0,2273 V
  4. 4. Rf = 423 kΩ
  5. 5. If = −0,1087 mA
  6. 6. Vout = 0,6879 V

Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.