De schakeling is een inverterende versterker. De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V; de uitgang verzadigt bij ±14 V. Vind de uitgangsspanning Vout.
Werkblad Opampschakelingen met antwoorden
1.Makkelijk
Vin = −0,5 VR1 = 2 kΩRf = 4,7 kΩVsat = ±14 V
Vout = V
2.Makkelijk
De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V. Vind de stroom I1 door R₁, in de richting van de opamp.
Vin = 1,5 VR1 = 2 kΩRf = 10 kΩ
I1 = mA
3.Gemiddeld
De opamp is ideaal en wordt gevoed met ±15 V. Vind de uitgangsspanning Vout.
Vin = 1,5 VR1 = 1 kΩRf = 4,7 kΩ
Vout = V
4.Gemiddeld
Kies de terugkoppelweerstand Rf die deze niet-inverterende versterker een spanningsversterking van 10 geeft.
R1 = 4,7 kΩAv = 10
Rf = kΩ
5.Moeilijk
De integrator gebruikt een ideale opamp met een voeding van ±15 V; de uitgang verzadigt bij ±13 V. De condensator is ongeladen als op t = 0 een constante ingang Vin = −2,5 V wordt aangelegd. Hoe lang na t = 0 bereikt de uitgang de verzadiging? Vind t.
Vin = −2,5 VR = 100 kΩC = 0,22 µFVsat = ±13 V
t = ms
6.Moeilijk
De sommeerversterker gebruikt een ideale opamp met een voeding van ±15 V. Vind de uitgangsspanning Vout.
V1 = −0,3 VV2 = 1,5 VR1 = 10 kΩR2 = 22 kΩRf = 10 kΩ
Vout = V
Antwoordenblad
- 1. Vout = 1,175 V
- 2. I1 = 0,75 mA
- 3. Vout = 8,55 V
- 4. Rf = 42,3 kΩ
- 5. t = 114,4 ms
- 6. Vout = −0,3818 V
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.